Kaapstad, 14 juli
Robin Janssens werd uiteindelijk door zijn dermatoloog naar spoed doorverwezen. Zijn schijnbaar onschuldig teeneczeem was accuut uitgezaaid tot hardnekkige schaamschimmels, agressieve hemoroïden en de waan dat hij toch wel een goede entertainer is. Het WK barstte los met al zijn toeters en bellen. Vooral toeters, tot geringe vreugde van zij die al eens graag een liedje zingen. Naarmate het tornooi vorderde groeide bij velen het vermoeden dat God niet bestond. Of met vakantie was. Of in een hete strijd verwikkeld met de satan zelf. Hoe kon het anders dat ultra-sympathieke hard werkende comme-il-faut combinerende ploegen keer op keer het deksel op de neus kregen? Thuisploeg Bafana Bafana prikte dat één goaltje te weinig, Kameroen rateerde zesentachtig kansen en ging eruit, Japanners en Koreanen, Denen en Grieken, Uru’s en Para’s vochten vinnig maar sneuvelden, en laatste Afrikaanse hoop Ghana mocht zijn biezen pakken na één van de grootste drama’s in de geschiedenis van de mondiale. Suarez, jij rattekop. God leek echter terug te bestaan, of terug uit verlof, of sterker dan die met zijn horens toen ploegen terecht op hun doos kregen. Zwak gecoachte Fransozen en sissie Italiëners dropen af in mineur, en bompastroeve Britten – wiens idee was het trouwens om een Italiaan aan het Engels roer te zetten? – hadden als enige verdienste dat onze vriend Blatter nu eens eindelijk die stupiede cameraban moet herzien. Ook aanvankelijk superieure ploegen deden zichzelf de das om op het moment van de waarheid. Argentinië had misschien meer een coach nodig dan een mascotte, Brazilië speelde niets meer klaar tegen de Hollies, en de lang zo scherpe Mannschaft kroop – niet onbegrijpelijk – in zijn kot tegen Spanjelona F.C. De strijd om de beker ging uiteindelijk tussen enerzijds onze noorderburen (dankzij vijf goeie acties, tien own-goals, twintig afgeweken ballen en veertig rode kaarten die Van Bommel niet kreeg), en anderzijds de Spanjolen, die over gans het tornooi het mooiste compleetste spel brachten dat dezer dagen op de velden valt te zien. Ze waren nog nooit voorbij de kwartfinale geraakt, wat voor een voetballand van zulk kaliber stilaan gênant werd. Maar dit jaar was het zowel offensief als defensief een geoliede machine, en de laksheid van weleer was omgesmeed tot een geslepen stijl van geduldig breien en explosief prikken. En dan weer breien. In de finale echter liep het niet meteen gesmeerd, want de spelers stonden al net zo gespannen als het publiek. Het werd de typische zenuwslopende thriller waarin het doelpunt maar niet wou vallen. Robben zorgde met de grootste kans van de match voor een synchrone verslikking van elk spaansgezind hart. Maar dan, en un momento dado, maakt wie anders dan Iniesta een einde aan ons lijden en knalt het leer droogweg naast Stekelenburg. Climax, ontlading, extase. En een verrekking aan de rechterstemband. Naar verluidt was Johan Cruyff in tranen. Niet van verdriet. KD






































